Het Nederlandse spoor is er niet klaar voor om militair materieel in oorlogstijd soepel naar het front te krijgen, erkent het kabinet. In vredestijd worden zulke transporten nog te veel ad hoc geregeld, blijkt uit onderzoek dat in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is uitgevoerd.
De bevindingen, gepresenteerd op 28 september 2026, concluderen dat de huidige werkwijze tekortschiet als op korte termijn grote hoeveelheden materieel moeten worden verplaatst. Het spoor en de manier waarop transporten worden georganiseerd, zijn volgens de onderzoekers ingericht op incidentele, kleinschalige verplaatsingen en niet op snelle, grootschalige inzet.
Om grotere aantallen en grotere haast aan te kunnen, zijn vaste afspraken en procedures nodig, stellen de onderzoekers. Daarbij gaat het om permanente afspraken tussen de partijen die militair spoorvervoer plannen, coördineren en uitvoeren, in plaats van oplossingen per geval.
De verantwoordelijke staatssecretarissen Annet Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) en Derk Boswijk (Defensie) zeggen de conclusies te herkennen. Daarmee onderschrijft het kabinet de vaststelling dat het spoor nog niet is toegerust op militaire logistiek in oorlogstijd.






