In de zomer van 1976 werd in Nederland extreem hoge temperaturen voorspeld, tot 37 graden. De langdurige hittegolf leidde tot ernstige droogte, bosbranden en sociale spanningen, waaronder burenruzies en geluidsoverlast.
Kranten vroegen zich destijds openlijk af of de bijzondere hitte een signaal was van klimaatverandering, wat wijst op een vroeg bewustzijn van de opwarming van de aarde. De hittegolf van 1976 wordt nu beschouwd als een voorloper van de hedendaagse klimaatdiscussie.
De gebeurtenis veroorzaakte aanzienlijke landbouwschade en watertekorten, wat leidde tot overheidsmaatregelen om de crisis te beheersen. De speculatie in de media over door de mens veroorzaakte klimaatverandering vond plaats vóór de brede wetenschappelijke consensus over dit onderwerp.


