José Otte, wiens man plotseling overleed, moet hun boerderij aan de rand van Zwolle verkopen aan de gemeente, omdat een nieuwe regeling haar verplicht het pand eerst aan de lokale overheid aan te bieden.
De boerderij was de droomplek van het echtpaar, maar Otte vond het te groot om in haar eentje te onderhouden na de dood van haar man. Ze besloot te verkopen, maar ontdekte dat de gemeente een voorkeursrecht had ingesteld, waardoor ze het pand eerst aan hen moest aanbieden.
De regeling, die van toepassing is op bepaalde panden in Zwolle, verplicht eigenaren om de gemeente de eerste kans te geven om te kopen voordat het op de openbare markt komt. Otte moet zich nu aan deze regel houden en de boerderij aan de stad verkopen.






