Laatst werd ik geconfronteerd met bezigheidstherapie voor boomers. Ik liep de supermarkt uit en trof een grijzige vrouw met een gebreide sjaal, collecterend voor allerlei ellende in Afrika. We groetten elkaar – een kort ‘hoi’ en ‘dag’. Daarna bleven we ongemakkelijk staan.

Ik kuchte wat. Zij zei niets, en ik liep door naar mijn fiets. Nog geen paar tellen later hoorde ik haar achter me: ‘Dag meneer, mag ik u iets vragen? Ik ben van Unicef en…’ Mij wordt nooit gevraagd of ik mijn portemonnee wil trekken voor het Verloren Continent of welk goed doel dan ook.

Ik zie er waarschijnlijk onvoldoende bemiddeld uit. Ik voldoe niet aan het ideale donateurstype: geen vrouw, niet grijs genoeg en – laten we eerlijk zijn – niet de huidskleur waarbij mensen meteen denken: die treurt dagelijks over het uitsterven van de pandabeer.

Niet wit genoeg. Dat blijkt ook uit onderzoek: de belangrijkste factor in wie wel of niet wordt aangesproken, is etnisch voorkomen. Daarachter schuilt de hardnekkige aanname dat er bij mensen van kleur minder te halen valt. Terwijl dat een wrange paradox is, want juist zij blijken vaak meer betrokken bij en solidair met goede doelen.

Nu ben ik zelf overigens niet per se een overtuigd donateur hoor, ik heb zo mijn twijfels bij westerse liefdadigheid. Maar dat is niet het punt. Het punt is: ik zou wíllen dat het me gevraagd werd en dat ik word aangesproken zoals iedereen. Alle oude collecterende vrouwen van Nederland: onderwerp me aan uw ritueel Ik zou wíllen dat zo’n oud dametje ook mij aanklampt.

Dat ze ook een pathetisch moreel appel op mij doet, mij ook om de oren slaat met doemstatistieken over de chlamydia-epidemie onder koala’s, ook mijn geweten kietelt met dodentallen in Libanon of Sudan – en dat ook ik dan schoorvoetend 3 euro 50 afleg. Er gaat erkenning vanuit om niet te worden beschouwd als iemand wier bankrekening permanent rood kleurt.

Alle oude collecterende vrouwen van Nederland, ik doe een beroep op u: onderwerp me aan dit ritueel. Dat biculturele mensen vaker worden overgeslagen, is niet eens zo vreemd. Het zijn vooral ouderen die collecteren. Zij komen uit een generatie waarin mensen van kleur gemiddeld minder te besteden hadden.

Een blinde-vlek-generatie ook die, met paternalistische overtuiging, denkt dat geen hongersnood bestand is tegen onze schoenendozenacties, liefdadigheidsliedjes, Jan Pronk en andere westerse pogingen van betrokkenheid. Dat vooral deze generatie zich nog altijd ontfermt over het lot van de wereld – ik weet niet of me dat geruststelt of juist verontrust.

Het bericht Waarom mag ik niet de hongerige kinderen van Afrika redden? verscheen eerst op Vrij Nederland .