De Verenigde Staten en Iran hebben de afgelopen dagen militaire aanvallen uitgewisseld, terwijl de spanningen over de controle van de Straat van Hormuz oplopen. Iran viel verschillende schepen aan die zonder toestemming van Teheran door de zeestraat voeren, waarop de VS vergeldingsaanvallen uitvoerden op Iraanse doelen. Iran sloeg vervolgens terug met aanvallen op Amerikaanse bases in Koeweit en Bahrein.

De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi zei tijdens een bezoek aan Irak dat Iran verantwoordelijk blijft voor de Straat van Hormuz en dat geen andere partij de zeestraat kan heropenen. Hij waarschuwde dat pogingen van andere landen om dit te doen de situatie alleen maar zouden verergeren en de heropening zouden vertragen.

Bij de recentste Iraanse vergeldingsactie werd de olietanker Kiku geraakt, die onder Panamese vlag vaart en twee miljoen vaten ruwe olie vervoert. Ook het Taiwanese containerschip Ever Lovely werd aangevallen. Het Amerikaanse Centraal Commando (Centcom) meldde zondag dat het tien militaire doelen langs de Straat van Hormuz had bestookt als vergelding voor wat het 'Iraanse agressie' noemde tegen schepen die door de zeestraat varen.

De Amerikaanse president Donald Trump reageerde op zijn gebruikelijke wijze en hintte dat er een grens is aan redelijk gedrag, hoewel zijn exacte uitspraken niet werden vermeld.