Vijftien doodgewone gezinnen rond Steenwijk namen tijdens de nazibezetting Joodse onderduikers in huis, vaak zonder ooit de bedoeling te hebben verzetshelden te worden. Dat staat centraal in een reconstructie die op 8 november 2026 verscheen.
Die verhalen doorbreken het vertrouwde beeld van de verzetsstrijder als een stoer type dat bewust tegen de nazi's koos. In veel huishoudens rond Steenwijk kwam de beslissing veel bescheidener en meer terloops tot stand: iemand deed een beroep op de familie, en men deed wat er gevraagd werd.
„Je denkt niet: ik word een held. Ze vragen je iets en je doet het.”
Daarmee ligt de nadruk op de omstandigheden rather dan op bewust heldendom. De families worden herinnerd als bescheiden mensen die hun hulp stil gaven, zonder op erkenning uit te zijn – en juist dat gewone karakter maakte het mogelijk dat de onderduik kon voortduren.






