Unilever ondervindt de grootste problemen in de rijkste landen, waar consumenten in Europa en de Verenigde Staten de hand op de knip houden of overstappen op goedkopere huismerken in plaats van de duurdere A-merken van het bedrijf. Vooral de voedingstak heeft daar last van.

De druk concentreert zich op Europa en de VS, de welvarende markten die het concern de meeste zorgen baren. Consumenten houden daar hun bestedingen in of kiezen voor goedkopere alternatieven van supermarkten in plaats van te betalen voor de A-merken van Unilever. Beide ontwikkelingen drukken de vraag naar de duurdere merkproducten die het bedrijf in die markten verkoopt.

Binnen het portfolio wordt de klap vooral opgevangen door de voedingstak. Europa blijft daarmee een moeilijke markt voor het bedrijf, zonder dat er in de beschikbare informatie aanwijzingen zijn dat de voorkeur voor goedkopere alternatieven is afgenomen.

Gedetailleerde omzetcijfers en een uitsplitsing per land of per merk zijn niet verstrekt.