Een 53-jarige topfiscalist van een Amsterdams adviesbureau behoudt zijn baan. De rechter oordeelde dat een vulgaire opmerking die hij tijdens een skireis maakte over een vrouwelijke collega weliswaar grensoverschrijdend en verwijtbaar was, maar niet zwaar genoeg voor ontslag op staande voet.

De uitspraak draait om een opmerking die tijdens de skireis werd gemaakt en gericht was aan een vrouwelijke collega. Volgens de rechter ging de betrokkene daarmee over een grens, maar was het voorval niet ernstig genoeg voor de zwaarste sanctie in het arbeidsrecht: ontslag op staande voet.

De topfiscalist, werkzaam bij een adviesbureau in Amsterdam, trok daarmee aan het langste eind in het juridische geschil dat na de reis ontstond. De zaak werd op 16 september 2026 naar buiten gebracht.

De uitspraak laat zien dat rechters onderscheid maken tussen verwijtbaar gedrag en gedrag dat zo ernstig is dat een dienstverband onmiddellijk mag worden beëindigd. Zelfs gedrag dat de rechter als grensoverschrijdend bestempelt, levert dus niet automatisch een grond voor ontslag op staande voet op.