Shell heeft in het derde kwartaal bijna 10 miljard euro winst geboekt, vooral dankzij de hoge olie- en gasprijzen die de brandstofkosten en de energierekening van huishoudens opdrijven.
Het resultaat, waarover op 30 oktober 2026 werd bericht, was net geen record voor het bedrijf. De hoge winst is opnieuw toe te schrijven aan de gestegen olie- en gasprijzen, die zijn opgevoerd door de oorlogen in Oekraïne en Iran. Dat leidt tot frustratie bij automobilisten aan de pomp en bij huishoudens die de energierekening zien stijgen.
Niet alleen het bedrijf en zijn aandeelhouders profiteren. Nederlandse huishoudens hebben er ook indirect baat bij, omdat pensioenfondsen in de olie- en gassector beleggen en zo meedelen in de hogere winsten. De kwartaalcijfers zijn daarmee voor consumenten een gemengd beeld: hogere kosten aan de ene kant, rendement op pensioenvermogen aan de andere kant.
De omvang van de winst heeft ook het maatschappelijke debat aangewakkerd over de vraag hoe de opbrengsten uit fossiele brandstoffen moeten worden verdeeld. Er wordt de vraag opgeworpen of oliebedrijven een deel van het geld zouden moeten teruggeven aan een samenleving die gebukt gaat onder de torenhoge energieprijzen, in plaats van het volledig aan aandeelhouders uit te keren.






