De Raad van State vindt dat het initiatiefwetsvoorstel van de VVD om boa's te verbieden religieuze uitingen te dragen, beter moet worden onderbouwd. Volgens het adviesorgaan, dat zijn oordeel op 19 oktober 2026 naar buiten bracht, maakt het voorstel onvoldoende duidelijk waarom de wetswijziging noodzakelijk is.

Het wetsvoorstel is ingediend door VVD-Kamerlid Claire Martens-America en richt zich op het dragen van religieuze uitingen door boa's, de buitengewoon opsporingsambtenaren die toezicht houden en handhaven in de openbare ruimte. Beoogd wordt een verbod op dergelijke uitingen, wat gevolgen heeft voor agenten die tijdens hun dienst bijvoorbeeld een hoofddoek of een keppeltje dragen.

De Raad van State, die advies uitbrengt over wetsvoorstellen, richt zijn kritiek niet zozeer op het principe van het verbod als wel op de onderbouwing ervan. Het voorstel laat te veel in het midden over de noodzaak van de wetswijziging, aldus het adviesorgaan, waardoor de motivering moet worden versterkt voordat het voorstel verder kan.

Met het advies ligt de bal weer bij de indieners, die moeten beslissen of zij de onderbouwing uitbreiden. Of en hoe het wetsvoorstel naar aanleiding van de opmerkingen van de Raad van State wordt aangepast, is nog niet duidelijk.