De Raad van State vindt dat de overheid besluiten over klimaatbeleid niet langer kan uitstellen en hekelt dat het kabinet nieuwe plannen pas volgend voorjaar wil maken. De belangrijkste overheidsadviseur publiceerde op 15 september 2026 zijn jaarlijkse beschouwing van het Nederlandse klimaatbeleid.

Vice-president Sybrand Buma plaatst vraagtekens bij het tempo van de beleidsvorming: „Plannen zijn er veel, maar wanneer gebeurt het ook?” In de jaarlijkse beschouwing kijkt de Raad van State of het beleid werkt en juridisch houdbaar is.

Volgens de raad zijn de klimaatdoelen voor 2030 praktisch niet haalbaar. Nederland wil in dat jaar 55 procent minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990; voor 2040 wordt een vermindering van 90 procent genoemd. De beschouwing volgt op de doorrekening van het huidige kabinetsbeleid door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), die op 14 september 2026 werd gepresenteerd.

Buma zegt „niet de illusie” te hebben dat het kabinet het doel van 2030 gaat halen, maar maant toch tot actie. „2040 is ook morgen. Ik heb de angst dat er in 2036 eenzelfde soort miljoenennota ligt en we moeten constateren dat we het weer niet gaan halen,” aldus Buma. Ook stelt hij dat er al veel tijd is verspild.

Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet zijn klimaatplannen in de zogenoemde Klimaat- en Energienota, maar daarin worden besluiten doorgeschoven naar volgend voorjaar. De Raad van State vindt dat die besluiten niet langer kunnen wachten.