Dodent en pedagoog Ingeborg Dijkstra waarschuwt voor Munchausen by proxy, een zeldzame, maar ernstige vorm van kindermishandeling waarbij ouders ziekte bij hun kind verzinnen of veroorzaken. De gevolgen kunnen volgens haar een leven lang zichtbaar blijven. Het Munchausen by proxy syndroom wordt officieel kindermishandeling door falsificatie genoemd.
Dijkstra kwam dit, in zowel haar rol als leerkracht als haar rol als pedagoog, tegen. Dijkstra: „Het is belangrijk om te benoemen dat dit niet veel voorkomt. Integendeel, het komt écht weinig voor en gelukkig maar. In mijn loopbaan heb ik twee keer een Munchausen by proxy syndroom-casus meegemaakt.
Maar er zijn ook gevallen geweest waarbij er wel vermoedens waren, maar dit toch niet het geval bleek. De symptomen kunnen namelijk ook iets anders betekenen en de diagnose kan verkeerd worden gesteld op basis van slechts vermoedens.” In het kort Pedagoog Ingeborg Dijkstra waarschuwt voor Munchausen by proxy, kindermishandeling door falsificatie van ziekte.
Zij benadrukt dat het ‘écht weinig voorkomt’, maar dat signalen makkelijk verkeerd worden geïnterpreteerd. Dijkstra beschrijft casussen waarin moeders hun kinderen onterecht ziek presenteerden of met laxeermiddelen ziek maakten. De impact op kinderen is groot.
Ze lopen lichamelijke schade, angst, vertrouwensproblemen en een sociale achterstand op. Signalen zijn klachten zonder medische verklaring, alleen door de ouder gezien, met wisselende diagnoses en veel bezoeken aan artsen. Dijkstra vindt dat meerdere professionals moeten meekijken en pleit voor ‘kwetsbaar opstellen’ en een melding maken bij Veilig Thuis.
Volgens haar hebben plegers vaak trauma of psychische problemen en zijn zij uiteindelijk ook slachtoffer. Hoe ontdekte Ingeborg Dijkstra haar eerste Munchausen by proxy-casus? Dijkstra omschrijft de eerste keer dat ze een moeder tegenkwam met deze aandoening. „Ik werkte nog niet zo lang in het onderwijs en een moeder zei vaak dat haar kind epileptische aanvallen had.
Bijna altijd gaat het bij kindermishandeling door falsificatie om moeders als pleger. Deze moeder bleef volhouden dat haar kind epilepsie had en kon daarover ook een heleboel details beschrijven. Normaal gesproken ga je dan naar een neuroloog en volgen er allerlei onderzoeken.
Maar daar kwam eigenlijk niks uit. Toen de moeder overwoog een second opinion te doen, ging ik daar als jonge docent in mee. Maar er was geen enkele arts die uit die onderzoeken kon opmaken dat haar kind epilepsie had.” „Ondertussen was deze leerling veel afwezig, mede vanwege de onderzoeken en langere opnames”, vervolgt Dijkstra. „Waardoor dit gezin vaker ter sprake kwam en ook maatschappelijk werk en de huisarts erbij betrokken raakten.
Later volgde een melding bij Veilig Thuis en bleek het verhaal over epilepsie niet waar te zijn. Destijds verbaasde ik me daar enorm over en ergens nam ik mezelf ook iets kwalijk. Vooral voor de leerling vond ik het heel erg zielig.” Waarom blijft M



