De overheid heeft op 5 oktober 2026 nog eens 21 gemeenten onder toezicht gesteld omdat ze te weinig asielzoekers opvangen. Daarmee komt het totaal op 63 gemeenten, ruim 18 procent van alle Nederlandse gemeenten.

De gemeenten moeten in de komende tijd duidelijk maken hoe ze alsnog aan de spreidingswet voldoen, de wet die de opvang van asielzoekers over het land verdeelt. Doen ze dat niet, dan kan de overheid de gemeente opzijschuiven en zelf beslissen dat er een asielopvang komt. Dat heet een indeplaatsstelling en is de zwaarste maatregel die asielminister Bart van den Brink (CDA) kan nemen. Sinds de invoering van de spreidingswet in 2024 is het nog niet zover gekomen.

De nieuw aangewezen gemeenten liggen in acht provincies: Heerenveen in Friesland; Zwartewaterland in Overijssel; Buren, Heumen, Oude IJsselstreek, Scherpenzeel en Voorst in Gelderland; Drechterland, Enkhuizen, Koggenland en Stede Broec in Noord-Holland; Albrandswaard in Zuid-Holland; Altena, Bernheze, Bladel, Heusden, Sint-Michielsgestel en Steenbergen in Noord-Brabant; en Maasgouw, Meerssen en Weert in Limburg.

Eerder stelde de minister al 42 andere gemeenten onder toezicht, waaronder Westland, Houten, Kerkrade, Aalsmeer, Oldebroek, Vught, Culemborg en Staphorst. Op grond van de spreidingswet moet elke gemeente een vastgesteld aantal asielzoekers opvangen.