De Raad van State heeft het hoger beroep afgewezen van een Amsterdamse moeder die voorrang wilde krijgen bij de toewijzing van een sociale huurwoning. Volgens de uitspraak heeft de gemeente, gezien het tekort aan sociale huurwoningen, een moeilijke maar terechte keuze gemaakt.

De vrouw woont met haar drie kinderen in een woning van 32 vierkante meter. Zij had een urgentieverklaring aangevraagd om voorrang te krijgen op de wachtlijst voor een sociale huurwoning. De gemeente weigerde dat, en de Raad van State heeft die weigering in hoger beroep in stand gelaten.

De uitspraak werd op 31 juli 2026 openbaar gemaakt. De hoogste bestuursrechter benadrukt dat de keuze van de gemeente moeilijk maar gerechtvaardigd was vanwege de woningnood in Amsterdam.