Het kabinet maakt deze week harde keuzes over welke infrastructuurprojecten de komende jaren wel en niet worden gefinancierd. Dat gebeurt onder druk van een miljardentekort. De besluitvorming raakt zowel achterstallig onderhoud als geplande nieuwbouw.
De afweging kent twee kanten. Enerzijds ligt er een onderhoudsopgave: bruggen met scheuren, verouderde wegen en sluizen. Anderzijds liggen er plannen voor nieuw spoor en nieuw wegdek. Wat voorrang krijgt, wordt duidelijk in de week van 14 oktober 2026, wanneer het kabinet bepaalt waar het geld de komende jaren naartoe gaat.
Tot de projecten die in de weegschaal liggen, behoren de Nedersaksenlijn en de snelweg A20, die als voorbeelden van de te maken keuzes worden genoemd. Welke plannen worden geschrapt, uitgesteld of juist doorgezet, en hoe groot het tekort precies is, is nog niet gespecificeerd.






