Jonge Israëliërs lijken sinds de Hamas-aanvallen van 7 oktober verder naar rechts te zijn opgeschoven. Die ontwikkeling wordt verklaard door een generatie die opgroeide tijdens oorlogen onder premier Benjamin Netanyahu, daarna in het leger diende en geen herinnering heeft aan wezenlijke vredespogingen.
Volgens de beschrijving is die beweging naar rechts sinds de Hamas-aanvallen nog duidelijker geworden. De vormende jaren van jonge Israëliërs werden gedomineerd door opeenvolgende conflicten onder leiding van Netanyahu, gevolgd door dienst in het leger. Anders dan hun ouders en grootouders hebben zij nooit bewust een serieuze poging tot vrede meegemaakt.
Dat contrast staat centraal in de generatievraag: waarom zijn jonge Israëliërs rechtser dan hun (groot)ouders? De verklaring wordt vooral gezocht in opvoeding en militaire dienst, niet in één specifieke politieke gebeurtenis. Een jeugd die door oorlog werd gevormd en een latere periode in de gelederen van het leger gelden daarbij als bepalend voor hoe jongere kiezers naar veiligheid en vrede kijken.
Er worden geen peilingcijfers gegeven over de omvang van de verschuiving; het gaat om een schijnbare ontwikkeling, niet om een gemeten beweging. Het beeld dat wordt geschetst is er daarmee een van een generationale verandering in opvattingen, waarin de herinnering aan vredespogingen bij jongeren is vervaagd en veiligheidskwesties de boventoon voeren.






