Bron Foto Boudewijn BollmannHoogleraar transitiekunde Jan Rotmans (65) is ongeneeslijk ziek. In zijn boek Kanteltijd reflecteert hij op zijn leven en is daarmee persoonlijker dan ooit. ‘Ik was veeleisend, omdat ik in die ander mezelf zocht.’redacteur energietransitie en grondstoffenGepubliceerd op 14 juni 2026, 11:32Leestijd 8 minHoogleraar Jan Rotmans is ongeneeslijk ziek: ‘Mensen die structureel op veel weerstand stuiten, worden nooit oud’Hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans (65) is ongeneeslijk ziek.
In zijn boek Kanteltijd reflecteert hij op zijn leven en is daarmee persoonlijker dan ooit. ‘Ik was veeleisend, omdat ik in die ander mezelf zocht.’Bron Foto Boudewijn Bollmannredacteur energietransitie en grondstoffenGepubliceerd op 14 juni 2026, 11:32Leestijd 8 min“Er zit een gat in mijn hart.” Terwijl Jan Rotmans het zegt, verandert er iets in zijn gezicht.
Zijn mondhoek trekt naar beneden, zijn ogen schieten weg. Naar de Nieuwe Maas, waar hij op uitkijkt vanaf zijn kantoor in Rotterdam. “Marjan Minnesma is er niet meer. Ik zit in een dubbel rouwproces, want ik realiseer me ook heel goed dat mijn leven eindig is.
Mensen zien mij nu toch als de volgende.”Jan Rotmans leeft in blessuretijd. De dokter geeft hem hooguit vijf jaar. De prostaatkanker die bij hem is gevonden, is uitgezaaid. “Maar het heeft me ook iets opgeleverd”, zegt hij. “Ik weet nu waar ik het geluk kan vinden: in het gewone leven.
Als ik hand in hand loop met mijn kleindochter Feline, doorleef ik iedere seconde. Ik kan de essentie van de ruis onderscheiden.”Zijn kantoor – een lichte ruimte met grote ramen en een lichtbruine visgraatvloer – memoreert mensen die uit de pas lopen. Er hangen vier kunstwerken van de Russische schilder Wassily Kandinsky, op de grond staat een zwart-witfoto van Johan Cruijff en Willem van Hanegem in duel op het voetbalveld.Jan Rotmans in zijn kantoor.
Links hangt een kunstwerk van Kandinsky.Bron Foto Boudewijn BollmannAan de wieg van Urgenda“Ze schoppen allemaal tegen de gevestigde orde aan, op een goede manier. Veel mensen vinden Kandinsky niks omdat zijn kunst zo abstract is, maar dan is het voor mij juist goed.
Als iedereen het mooi zou vinden, zou ik gaan twijfelen.”Die houding kenmerkt Rotmans. ‘Tegen de stroom in’ was decennialang zijn motto. Zijn carrièrepad leest als dat van een bokser die steeds opnieuw een geduchte tegenstander zoekt. De hoogleraar transitiekunde publiceerde meer dan 35 boeken en driehonderd wetenschappelijke artikelen over klimaatverandering, transities en duurzaamheid, in een tijd waarin het woord ‘transitie’ nauwelijks bestond.Als jonge wiskundige ontwikkelde hij een invloedrijk klimaatmodel.
Image was het eerste integrale model ter wereld dat berekende wat het effect is van menselijk handelen op het klimaat. Het werd gebruikt bij klimaatonderhandelingen van de Verenigde Naties, de Wereldbank en de Europese Commissie. Hij stond met Marjan Minnesma aan de wieg van Urgenda, de milieuorganisatie die de Nederlandse overheid dwong tot een ambitieuzer klimaatbeleid.‘Zoveel kritiek doet iets met je’Maar weerstand was er altijd.
Kritische wetenschappers vinden in de jaren tachtig en negentig zijn rekenmodel te onzeker. Het model combineerde, zoals Rotmans het zegt, moleculen en guldens – harde natuurkundige wetten met de minder voorspelbare wereld van geld en menselijk gedrag. Als de economische groei meer toeneemt dan verwacht, verandert de uitstoot – en dus ook de berekende schade.
Volgens de critici stapelde hij daarmee onzekerheden. Inmiddels zijn er honderden van deze modellen. Het Planbureau voor de Leefomgeving ontwikkelt die van Rotmans nog steeds door.Later, vanaf 2004, buigt hij zich over de vraag hoe een transitie naar een duurzamere samenleving verloopt.
Hij zet het onderzoeksinstituut Drift op aan de Erasmus Universiteit en wordt professor transitiemanagement. Hij is een systeemdenker; volgens hem is er voor zo’n nieuwe maatschappij niet alleen een holistische manier van denken nodig, maar ook een andere economie en een andere manier van besturen.Jan Rotmans: ‘Ik heb al mijn talenten aangewend om de wereld een beetje mooier te kleuren’.Bron Foto Boudewijn BollmannZijn werk snijdt dus dwars door allerlei vakgebieden heen; van de klimaatwetenschappen en economie tot ecologie, sociologie en psychologie.
Critici noemen hem zelfs profetisch. Maar Rotmans is nou eenmaal een wiskundige die graag toekomstpuzzels legt – met slechts één discipline kun je die puzzel niet leggen.Dat vechten heeft hem ook iets gekost, zegt hij nu. “Ik geloof zelf dat ik daardoor ziek ben geworden, al kan ik het niet bewijzen.
Zoveel kritiek doet iets met je, dat zet zich vast in je lijf. Mensen die structureel op zoveel weerstand stuiten, worden nooit oud. Kijk naar Cruijff, dat was een enorme zenuwpees. Hij sliep niet en kreeg het uiteindelijk aan zijn hart. Gelukkig kwam later ook de erkenning en de waardering.”Winnen is een belangrijk thema in uw leven.
In alles wilt u het liefst de beste zijn. Waar komt dat vandaan?“Dat heeft toch te maken met mijn jeugd. Ik werd niet gezien, ze zagen niet dat ik anders was. Ik kom uit een fijn protestants gezin uit de middenklasse, keurig opgevoed, maar ik mocht vooral niet afwijken.“Er werd tegen mij gezegd: je bent niet meer of minder dan je broer en zus.
De lat lag niet zo hoog als ik wilde, want ik had een enorme hang naar kennis. Als we op visite gingen, had ik steevast huiswerk mee. Ik ging vaak naar de bibliotheek, ik was niet te houden. En ik gaf absurde spreekbeurten, bijvoorbeeld over hoe computers in elkaar zitten.”Alles moest ‘gelijk’ zijn in het gezin, legt hij uit.
Zijn rapport mocht hij niet altijd laten zien, want dat was niet eerlijk tegenover zijn broer en zus. Als zijn ouders bevestigden dat hij heel slim was, volgde daarna dat hij wel twee linkerhanden had. “Daar krijg je natuurlijk enorme bewijsdrang van. Onbewust wilde ik laten zien dat ik anders was.
Ergens wist ik wel dat ik een bijzonder talent had. Ik dacht vaak: ik kan hier niet verwekt zijn. Dat kan niet.”Dat klinkt best wel eenzaam.“Ja, dat is het ook. Dat ben ik eigenlijk nog steeds wel.” Stilte. “Kijk, ik heb een geweldige basis. Ik heb de liefde van mijn leven gevonden en ik heb fantastische kinderen en kleinkinderen.
Goede vrienden, ook. Toch begrijpt niemand je helemaal.”Wat begrijpen ze niet?“Ik begrijp mezelf nauwelijks.” Hij grinnikt. “Ik ben mezelf nooit tegengekomen. Je bent als mens toch op zoek naar je tweelingziel, iemand die net zo gedreven en gek is als jij.”Hij staart naar het water.
Hoewel de wind vrij spel heeft aan de kade, waait er slechts een licht briesje. “Marjan Minnesma, daar herkende ik mezelf wel in. Die was net zo gedreven. We werkten vaak ’s nachts nog samen en gingen daarna nog ergens uit. We leefden af en toe wel op het randje.
Nooit een dag ziek, een en al passie en gedrevenheid.“Ik was lang zo gedreven dat het ten koste ging van anderen en mezelf. Ik wilde anderen meenemen in mijn tempo, dat betekende in de praktijk veel duwen en trekken. Ik heb wel mensen laten huilen.”Jan Rotmans aan de Maas.Bron Foto Boudewijn BollmannOmdat u te hoge eisen aan ze stelde?“Ja.
Ik stelde te hoge eisen aan anderen en mezelf. Ze werden onzeker. Je moest wel stevig in je schoenen staan om met mij te werken. Op een gegeven moment stopte ik met het begeleiden van promotieonderzoeken, omdat ik dacht: het wordt toch nooit helemaal zoals ik het wil.
Maar nu denk ik eigenlijk dat ik veeleisend was, omdat ik in die ander mezelf zocht.”Die persoonlijke reflectie is de rode draad in zijn boek Kanteltijd. Hij schrijft dat de persoonlijke transitie uiteindelijk de allerbelangrijkste is, omdat die alle andere transities versnelt.
Als iemand zelf in balans is en vanuit zijn hart spreekt, staan anderen open voor de boodschap. ‘Spiritueel activisme’, noemt Rotmans het.Hij is zelf de belichaming van die transitie. Jarenlang probeerde hij mensen naar een duurzamere samenleving te bewegen door zoveel mogelijk kennis te delen.
Maar dat schept eerder afstand, schrijft hij.In plaats van dat de boodschap aankomt, raken mensen onder de indruk van de hoeveelheid kennis. Hij ging te werk zoals hij vroeger piano speelde: hij leerde alle noten in razend tempo uit zijn hoofd, bijna als een formule.
Maar volgens zijn pianodocent maakte hij geen muziek, want het kwam niet uit het hart.Volgens Rotmans is de wereld in polycrisis: een opeenstapeling van crises die elkaar versterken. Door de oorlogen in Oekraïne, Iran en het Midden-Oosten stijgen de olie- en gasprijzen en dat wakkert inflatie aan.
Ondertussen veroorzaakt klimaatverandering overstromingen en waterschaarste, wat de natuur schaadt.Gletsjers, zoals in de Alpen, smelten: naar verwachting zijn ze in 2050 voor de helft verdwenen. Daardoor komen rivieren zoals de Rijn vaker droog te staan. In de praktijk betekent dat minder scheepvaart en minder opties om grondstoffen te vervoeren.
Door klimaatverandering en oorlogen zal het aantal vluchtelingen de komende decennia fors toenemen.Deze crises gaan volgens Rotmans hand in hand met grote verschuivingen. De vrije markt maakt plaats voor protectionisme en het aantal autoritaire regimes neemt toe.
Ook ontstaat er een wereldorde waarin meerdere landen veel macht bezitten: zoals India, Brazilië, Turkije en Saudi-Arabië. De Brics-groep – Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika – staat centraal in de nieuwe wereldorde. Europa en de Verenigde Staten verliezen aan macht.Een deel van de crises waar u over schrijft worden veroorzaakt door klimaatverandering.
Maar in uw boek schrijft u dat u het verlies aan biodiversiteit nóg zorgwekkender vindt. Waarom?“Dat heeft te maken met een verandering in mijn denken. De eerste jaren van mijn carrière waren wij als wetenschappers beducht voor het voortbestaan van de aarde en de natuur.
Nu weten we dat die natuur zich wel redt, maar staat de mensheid ter discussie. De natuur is onze levensader en als we deze bron vernietigen, vernietigen we onszelf.”De omvang van populaties zoogdieren, vissen, vogels, reptielen en amfibieën is sinds 1970 met bijna 70 procent afgenomen, schrijft Rotmans.
Hij vergelijkt het biodiversiteitsverlies met een toren van houten blokjes: als er te veel blokjes uit vallen, valt de toren uit elkaar en stort het hele ecosysteem in. Insecten bestuiven bijvoorbeeld de gewassen. Als zij verdwijnen, ontstaan er problemen met oogsten, met voedselschaarste als gevolg.“Daarom is het zo mooi dat er nu initiatieven zoals Rechten voor de Natuur zijn, die rechten afdwingen voor natuurgebieden.
Maar rechtszaken zijn niet voldoende. Bij alles wat we maken, van kleding tot schoolgebouwen, moeten we werken met natuurlijke materialen, zodat er zo min mogelijk afval ontstaat.“Voor verandering zijn altijd vier dingen nodig: regels, technologie, gedrag en sociale normen.
Als 25 procent van de samenleving andere keuzes maakt, volgt de resterende 75 procent uiteindelijk vanzelf.”Jan Rotmans in zijn werkkamer.Bron Foto Boudewijn BollmannWelke ontwikkelingen geven u hoop?“De energietransitie gaat nu zo snel dat ik het nauwelijks kan bijbenen.
De versnelling versnelt. Zon- en windenergie zijn inmiddels de goedkoopste energiebronnen, een derde van de stroom die wereldwijd wordt opgewekt is duurzaam.“Nu wekken we energie nog centraal op, maar in de toekomst gaan we toe naar een systeem waarin huizen en auto’s in de buurt energie uitwisselen.
Dit zijn we nu aan het voorbereiden. Straks zit ik daar vanaf boven van te genieten.”Hoe voelt het dat u die grote veranderingen zelf niet meer gaat meemaken?Rotmans glimlacht. “Het mooiste ga ik missen. Maar dat is oké, ik ben rustig vanbinnen. Ik ben lang aan het zaaien geweest, maar de illusie dat ik het ook kan afronden, heb ik niet meer.
Ik denk dat ik van waarde ben geweest.”Is de dood in zekere zin ook een opluchting, omdat u dan niet meer hoeft te vechten?“Ja, zeker. Ik vind het ook een geruststellend idee dat het lichaam afsterft, mijn ziel zweeft verder. Maar vooral dat die enorme druk die ik mezelf heb opgelegd, stopt.
Ik eiste bijna het onmogelijke. Ergens past het ook wel bij me dat ik de grootste transities niet meer meemaak.“Ik ben altijd iemand geweest die aan het begin stond. Ik ben niet van de details en afronding. En als ik aftakel, kies ik voor euthanasie. Mijn vrienden maken soms grappen dat het al te laat is.” Hij grijnst.“De verleidingen van geld, status en macht waren best groot in mijn leven.
Ik ben opgegroeid in de absolute top van de wetenschap, dat is een hele harde wereld. Ik heb talloze aanbiedingen gehad om in het buitenland mijn carrière uit te bouwen. Maar dan had ik geen basis gehad. Mijn allergrootste prestatie is dat ik een hechte kring heb aan fijne mensen, met wie ik een hele goede band heb.
We hebben mooie herinneringen gemaakt en veel gelachen. En de belangrijkste momenten in het leven van mijn kinderen en kleinkinderen heb ik nooit gemist.“In die laatste levensjaren komt alles samen, dan wordt bepaald hoe je wordt herinnerd. Als ik had gekozen voor een topcarrière in het buitenland, was ik een minder mooi mens geworden.
Dus het is goed zo. Ik heb al mijn talenten aangewend om de wereld een beetje mooier te kleuren. Daar ben ik dankbaar voor.”Lees ookGeselecteerd door de redactie



