‘Een gewone columnist komt niet meer aan de bak!’, zei een collega met de opwinding van een kwijlende bloedhond. We hadden het over de nieuwe generatie columnisten. Met ‘gewoon’ bedoelde hij natuurlijk: witte heteromannen. Hij vervolgde: ‘Er zijn alleen nog maar lesbi’s van kleur!’ Ik trok mijn wenkbrauw op. ‘Ja, woke maakt alles kapot!’, besloot hij briesend.

Je had inderdaad ooit één lesbische vrouw van kleur bij het NRC als columinst. En één homoman van kleur bij het Noordhollands Dagblad . Maar na een snelle scan blijkt de witte heteroman nog altijd prima vertegenwoordigd onder columnisten: Sander Schimmelpenninck, Ronald Plasterk, Thomas van Luyn, Leon de Winter.

Het valt dus wel mee met die lesbische opmars. Je zou ook kunnen stellen dat woke meer dood dan levend is, spartelend in een modderpoel van racistische AI-liedjes, anti-trans retoriek en halfgare politici die dagelijks op televisie suggereren dat diversiteit ongeveer hetzelfde gevaar vormt voor de volksgezondheid als asbest.

Feiten doen nauwelijks iets af aan het gevoel van verlies, onmacht en bedreiging. Het idee alleen is kennelijk al erg ontwrichtend. Het zien van een homo kan een diep gevoel van angst oproepen Gay panic noemen ze dat, een term uit de queer theorie die de verwarring beschrijft van heteromannen bij het zien van een homo.

Het kan een diep gevoel van angst oproepen. Het gaat niet simpelweg over irritatie of ongemak tijdens een ontmoeting met ‘de ander’, maar over existentiële maatschappelijke ontregeling die fysiek gevoeld wordt. Gay panic is overal aanwezig. En dus ook bij columnisten.

De angst voor een leger aan lesbische columnisten van kleur moet je vooral zien als een storing in de matrix. Het probleem zit niet per se in het feit dat deze mensen schrijven, maar dat ze dat doen op een plek waar ze volgens sommigen niet horen, namelijk in het centrum van het debat.

Op pagina twee van een grote krant. Ik denk niet dat mijn collega door had hoe beledigend zijn tirade was. Het is ook lastig reflecteren als je in paniek bent. Maar het voelde alsof mijn aanwezigheid in de media, en met mij van iedere persoon die ‘anders’ is, geen gevolg kan zijn van ambitie, talent of hard werken, maar slechts van progressieve liefdadigheid.

Alsof ik een quotum-homo ben van Vrij Nederland. Zijn paniek legt vooral bloot dat wij mensen diep vanbinnen graag rangschikken. Op kleur, op gender, op seksualiteit, op wie vanzelfsprekend in het centrum mag staan en wie dankbaar aan de rand hoort te blijven. ‘Ken je plek’, was eigenlijk — wellicht onbedoeld — wat mijn collega tegen mij zei.

En ook vooral: ken míjn plek. Mijn plek boven jou op de culturele, maatschappelijke en vermoedelijk ook financiële ladder. Zoals het hoort. Er was een tijd dat we ons schaamden voor dit soort scheten uit ons reptielenbrein. De laatste tijd lijken we er weer trots op.

Dát is pas reden voor paniek. Het bericht Het valt wel mee met de opmars van lesbische columnisten verscheen eerst op Vrij Nederland .