Op 24 oktober 2026 verscheen in meerdere Nederlandse dagbladen een special van verslaggever Hans Nijenhuis over de vraag of de angst dat kunstmatige intelligentie uitgroeit tot een vernietigende kracht reëel of ridicuul is. Hij legt de argumenten, angsten en verwachtingen rond AI naast elkaar.
De special plaatst de huidige AI-onrust in een lange culturele traditie: de angst dat wij met behulp van techniek iets scheppen dat ons uiteindelijk vernietigt, is een van de meest beschreven en verfilmde menselijke angsten. Volgens het artikel speelt die angst nu opnieuw op, met de opkomst van AI.
Centraal staat het onderscheid tussen een werktuig en een systeem dat zelf toepassingen kan bedenken. Nijenhuis maakt dat duidelijk met een vergelijking tussen een hamer en AI:
“Een hamer bedenkt niet zelf dat je er ook een hoofd mee kunt inslaan.”
AI zou dat volgens die redenering wel doen. De special gebruikt die tegenstelling om concurrerende posities af te wegen in plaats van één oordeel te vellen: voor- en tegenargumenten over de vraag of AI een werkelijke bedreiging vormt, worden naast elkaar gelegd.






