Een schilderij uit de beroemde Goudstikker-collectie, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werd geroofd, is na tientallen jaren opgedoken in een kelder in Amsterdam. Het werk, een voorstelling van het interieur van de Nieuwe Kerk, werd ongeveer dertig jaar geleden door Robert van der Hoek op de Prinsengracht gevonden tussen het grofvuil en vervolgens in zijn kelder opgeslagen.
Van der Hoek vertelde aan De Telegraaf dat hij het schilderij meenam omdat hij het zonde vond om weg te gooien. Pas nadat hij dit voorjaar had gelezen over een ander geroofd Goudstikker-schilderij – Portret van een jong meisje van Toon Kelder, dat jarenlang bij nazaten van een Nederlandse SS-commandant hing – vermoedde hij dat ook zijn vondst uit de collectie afkomstig was. Hij mailde de krant: „Ik besefte meteen dat het terug moet naar de nabestaanden.”
Foto’s werden naar kunstdetective Arthur Brand gestuurd, die met honderd procent zekerheid vaststelde dat het schilderij, toegeschreven aan Hendrick van der Burgh, deel uitmaakte van de Goudstikker-collectie. De collectie van Jacques Goudstikker bestond uit meer dan 1100 werken en werd tijdens de bezetting in beslag genomen door de nazi’s. De vondst draagt bij aan de voortdurende inspanningen om geroofde kunst terug te geven aan de rechtmatige erfgenamen.






