Frankrijk stevent af op verkiezingen in een giftige cocktail van onrust en politieke zwakte, terwijl er nauwelijks maatschappelijk draagvlak is voor bezuinigingen en hervormingen.

De knelpunten zijn structureel. De pensioenleeftijd ligt op 62 jaar, de overheid telt extreem veel ambtenaren en de belastingdruk is torenhoog. Op al die punten scoort Frankrijk slechter dan Nederland, waar de pensioenleeftijd hoger ligt en het ambtenarenapparaat kleiner is.

Toch ontbreekt elk draagvlak voor sanering. Plannen om te bezuinigen of de pensioenleeftijd te verhogen stuiten op breed verzet, waardoor opeenvolgende regeringen weinig speelruimte hebben. De Fransen leven naar verluidt op de pof: er wordt meer uitgegeven dan de economie kan dragen.

Die combinatie van zwakke politiek, verworven rechten en een kieserscorps dat niets van hervormingen moet weten, bepaalt de verkiezingscampagne en zal het mandaat van de volgende regering vormen.