Achterstanden bij het vernieuwen van Nederlandse bruggen en sluizen zorgen zonder extra beleid voor 20 miljard euro economische schade in de periode tot 2035. Dat concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in een studie die op 28 september 2026 verscheen.
Het EIB berekende de kosten van bestaande en nog te verwachten afsluitingen en andere beperkingen voor het verkeer over de weg en over het water. Omdat er te weinig budget is voor vernieuwing, moet wegverkeer omrijden en moeten schepen omvaren, wat leidt tot extra kosten. Uitstel van onderhoud aan belangrijke bruggen, viaducten en vaarwegen maakt de overheid daarmee een dief van de eigen portemonnee, aldus de conclusie: niets doen kost het land 20 miljard euro extra.
De dagelijkse schade door de problemen bij twee specifieke oeververbindingen becijferde het instituut op 2,5 miljoen euro. De hinder bij de Merwedebrug en de Suurhoffbrug kost de maatschappij dat bedrag per dag, zo blijkt uit de berekeningen, door tijdsverlies, extra brandstofverbruik en drukte op omleidingsroutes.
De bevindingen leidden tot een reactie van de Logistieke Alliantie, een samenwerkingsverband van organisaties uit de logistieke sector. Volgens de alliantie laat het rapport zien dat niets doen aan infrastructuur geen optie meer is.
Het rapport bevestigt dat achterblijvende investeringen in infrastructuur niet langer een I&W probleem zijn, maar een vraagstuk van nationaal belang
De alliantie stelt dat de uitkomsten van het EIB bevestigen dat achterblijvende investeringen in infrastructuur niet langer alleen een kwestie zijn voor het verantwoordelijke ministerie, maar een vraagstuk van nationaal belang.






