Chinese autobouwers kunnen elektrische auto's ongeveer 10.000 euro goedkoper bouwen dan hun Europese concurrenten. Dat structurele kostenverschil zit in de fabrieken zelf en extra invoerheffingen dichten het nauwelijks, zo blijkt uit berichtgeving van 17 oktober 2026.
Het verschil wordt als structureel beschreven en niet als iets tijdelijks: het zit in de manier waarop Chinese fabrieken elektrische auto's produceren, niet in de hoogte van heffingen aan de grens. Zolang dat productieverschil blijft bestaan, helpen aanvullende invoerheffingen Europese fabrikanten maar beperkt, staat in de berichtgeving.
Het bedrag van 10.000 euro wordt gebruikt om de omvang van het kostenvoordeel aan te geven: zoveel goedkoper kan een in China gebouwde elektrische auto worden geproduceerd. De beschikbare berichten noemen geen specifieke fabrikanten, modellen of fabrieken en kwantificeren niet welk effect dit heeft op Europese autoprijzen of verkoopcijfers.
De slotsom is dat handelsmaatregelen alleen als een onvolledig antwoord worden gepresenteerd op een probleem dat in de productie zelf zit. Europese producenten krijgen te maken met een concurrent die elektrische auto's tegen een aanzienlijk lagere kostprijs per voertuig kan maken, en dat verschil bepaalt mede de prijsvorming op de Europese markt voor elektrische auto's.






