Een politieke campagne tegen strengere drugswetgeving in Nederland, die zich voordeed als een initiatief van bezorgde ouders, bleek te zijn opgezet door handelaren in designerdrugs. Dat kwam aan het licht na onderzoek naar de financiering en organisatoren van de campagne.

De campagne omvatte grote billboards in twaalf steden, radiospotjes en geschenkdozen voor leden van de Eerste Kamer. Aanvankelijk beweerden de organisatoren dat het ging om twee bezorgde ouders en een klein autobedrijf. Nader onderzoek wees echter uit dat er individuen betrokken waren die actief zijn in de handel in synthetische drugs.

De misleiding heeft geleid tot discussie over de transparantie van politieke lobby en de invloed van drugscriminaliteit op beleid. De autoriteiten onderzoeken nu mogelijke overtredingen met betrekking tot de financiering en boodschap van de campagne.