De Koninklijke Marechaussee (KMar) heeft op 1 juli 2026 geconcludeerd dat de drie branden die in april 2026 op Nederlandse militaire oefenterreinen uitbraken, niet zijn veroorzaakt door strafbare feiten. De branden vonden plaats op 21 april op de Ederheide in Gelderland en op 30 april op zowel de Weerterheide in Limburg als de Oirschotse Heide in Noord-Brabant.
Volgens de KMar ontstonden de branden op de Ederheide en Weerterheide na oefeningen met een thunderflash, een type oefengranaat. Door de droogte en wind sloegen de vlammen over naar de omliggende begroeiing. De brand op de Weerterheide verwoestte circa 70 hectare bos. De oorzaak van de brand op de Oirschotse Heide, die uitbrak tijdens een oefening met een Chinook-helikopter, kon niet met zekerheid worden vastgesteld. De KMar stelde dat de brand niet is ontstaan door de hitte van de motoren of de luchtstroom van de rotorbladen.
Uit de onderzoeken bleek dat de betrokken legereenheden toestemming hadden voor de oefeningen. Na de branden schortte het ministerie van Defensie tijdelijk alle oefeningen met scherpe munitie op. De brand op de Weerterheide leidde tot de ontruiming van het nabijgelegen asielzoekerscentrum in Budel, waar op dat moment 1.500 vluchtelingen verbleven. Ook de brandweer van Kempen Airport kwam in actie om te voorkomen dat de vlammen de gebouwen van het vliegveld bereikten.






