Op 24 juni 2026 werden het noorden van Venezuela getroffen door twee zware aardbevingen met een kracht van 7,2 en 7,5 op de schaal van Richter. Volgens parlementsvoorzitter Jorge Rodríguez zijn daarbij ten minste 1.430 mensen om het leven gekomen en 3.238 gewond geraakt. De bevingen vonden plaats met een tussenpoos van 39 seconden en veroorzaakten grootschalige verwoestingen in de staat Yaracuy en omgeving. Op 28 juni, de vierde dag van de reddingsoperaties, worden nog duizenden mensen vermist en velen zitten nog onder het puin.

Waarnemend president Delcy Rodríguez deelde beelden van twee elfjarige jongens die binnen enkele uren levend uit het puin werden gehaald. De eerste jongen, Moises, werd in Caraballeda onder ongeveer 3 meter puin vandaan gehaald. De tweede redding vond eveneens in Caraballeda plaats. Rodríguez schreef op sociale media: "In deze uren is elk leven hoop voor Venezuela." Ook een pasgeboren baby werd levend gered.

Het Bello Monte- mortuarium in Caracas raakte overvol, waarbij vrijwilligers psychologische ondersteuning boden en uitvaartondernemers doodskisten doneerden. Veel families kwamen met overledenen aan op motorfietsen en pick-ups. Rodríguez noemde de ramp de zwaarste in Venezuela in 123 jaar. Internationale reddingsteams voegen zich bij lokale hulpverleners, maar het verzwakte medische systeem staat onder enorme druk.